HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

Heijermans' toneelteksten online:

Het Zevende Gebod
Burgerlijke-zeden komedie in vier bedrijven

Tekstversie
Naar het menu | Tweede bedrijf | Derde bedrijf | Vierde bedrijf | Terug naar de hoofdpagina

Personen

Samuel Dobbe
Moeder Dobbe
Gaaike   }
De jonge pastoor } hun kinderen
Peter   }
Ricaudet
Antoinette Ricaudet
Lotte, hun dochter
Bart
Engel
Aafje
De juffrouw-van-drie-hoog
De juffrouw-van-een-hoog
De kruidenier-van-de-hoek
Een kruier

Zwijgende personen
Een schoenmakersjongen
Een kolendrager
Een meid

 

EERSTE BEDRIJF

De huiskamer van een herenboer in Zeeland, vroeg-winteravond, halfwege gedekte tafel. Brandende haard, suitedeur aan een kant.

 

EERSTE TONEEL
Moeder Dobbe, Gaaike

Gaaikedekkend Wat een tafel! Dat is in geen tijjen gebeurd.

Moeder Dobbe  Je kan het niet weigeren, natuurlijk niet, maar als je me eerlijk vraagt...

Gaaike  Och kom, moedertje!

Moeder Dobbe  Let op wat vader zegt, ik ken hem precies.

Gaaike  Vader zal veel te blij zijn.

Moeder Dobbe  Jawel. Jawel. En Jozef? Je weet hoe-ie is. Ik vind het lang niet aardig, helemaal niet aardig, niks aardig. Dat doe je niet als je naar huis verlangt. Net als je voor het eerst weer es allemaal bij mekaar ben, zo'n vreemde met zijn neus erbij. Praat jij nou vertrouwelijk over familie-dingen!

Gaaike  Kon die arme Peter dan ruiken, dat Jozef ook over zou komen? En heb je niet elk ogenblik gelegenheid voor een apartje? We hebben wat opwekking nodig, moedertje. Anders praten we toch maar over... over... Heb je de servetten? Je geeft er een te weinig.

Moeder Dobbe  Jozef heeft gister pas een schone gehad.

Gaaike  Dan geef je hem vandaag nog maar een schone.

Moeder Dobbe  Nee, nee, niks van die overdaad. Het slijt al genoeg.

Gaaike  En als ik nou vijf van die mooie pieken gedraaid heb, net als in een restaurant, dan moet er een zesde bij, hoor! Brom nou maar! Sjiek, he? Zou ik een bloempot op tafel zetten? Of eigenlijk nee. Voor twee jaar hebben we ook met z'n zessen gezeten. Toen zat...

Moeder Dobbe  Toen zat - niemand.

Gaaike  Ik zal toch maar een bloempot bij vader zetten. Staat fris, niet?

Moeder Dobbe  Wat kijk je nou?

Gaaike  Niks.

Moeder Dobbe  Denk toch niet an die...

Gaaike  Niet schelden, moedertje! Ik denk niet an hem.

Moeder Dobbe  Waaraan dacht je dan?

Gaaike  An niks. Zal ik de goeie messen nemen?

Moeder Dobbe  Neem maar de daagse. Wat wil je toch uitpakken!

Gaaike  Kasten vol goed en alles bewaren. Zes dozijn lepels en vorken, nee meer, die nog nooit op tafel gelegen hebben. En al het andere mooie zilver. Je ben een mal mens, moedertje. Ik neem ze, hoor.

Moeder Dobbe  Nee, neem nou de daagse. En... En die fruitschaal? Er is geen fruit.

Gaaike  En de noten? Zo. Nou ziet er eindelijk es een stuk het licht.

Moeder Dobbe  En morgen kan ik weer poetsen.

Gaaike  Er is krijt en jenever genoeg, moedertje. Nog een bloempot? Ja! Ja! Je heb niks in te brengen. Afgelopen. Hoor ik ze niet?

Moeder Dobbe  Nee. Dat is Jozef. Klop maar niet! Binnen! De jonge pastoor op. We wisten het al.

 

TWEEDE TONEEL
Moeder Dobbe, Gaaike, de jonge pastoor

De jonge pastoor  Goeiemiddag. Dag moeke. Dag... Een, twee, drie, vier, vijf, zes... Zo ineens gasten?

Gaaike  Net toen je uitging kwam er een telegram van Peter.

De jonge pastoor  Komt Peter?

Moeder Dobbe  Met een vriend die we helemaal niet kennen. Raar vind ik dat.

Gaaike  Moeder is onbetaalbaar. Hier heb je het telegram.

De jonge pastoor  "...met zijn beste vriend..." Nou. Nou. Dat is zo vreemd niet, moeke. Dan heb je kans dat ze met vader gelijk komen.

Gaaike  Vader is met de boot gegaan.

De jonge pastoor  En heeft Peter natuurlijk opgezocht. Je zult zien, ze komen gelijk. Als die domme jongen nou een dag van tevoren geschreven had, was vader thuisgebleven. Nu zie je. Zonderling. Allebei op hetzelfde idee gekomen op elkaar op te zoeken. Kwart over vijf. Mag ik nog een pijp opsteken, moeke?

Moeder Dobbe  Ga je gang, jongen. Daar staat de tabak. Geef Jozef een bittertje, Gaaike.

De jonge pastoor  Heel graag. Vinnig koud buiten. Ik heb een heel eind gewandeld. Verder dan de wetering. Overal veldijs. Grappig: bij de Kruisdijk, daar had je de vlonder nog - of het koud is - de vlonder met hetzelfde veldijs - nee, niet zo'n groot glas, Gaaike, merci, merci - hahaha! Ik zie mezelf nog hier binnenkomen, kletsnat, en me pet weg, hoe oud was ik toen?

Moeder Dobbe  Negen jaar.

Gaaike  En wat heb je toen voor je broek gehad.

De jonge pastoor  M'n zondagse broek! Hahaha! En het zo in je eentje te proberen! Het scheelde weinig of ik was verdronken. Dat vlondertje is er nou nog, moeke. Curieus. Zelf wor je oud, maar de dingen uit je jeugd, de dingen, die - die groeien niet. Wil ik je wat geks vertellen - lach er maar om - even moest ik, of ik wou of niet, mijn voet op het ijs zetten, doodvoorzichtig natuurlijk: een nat pak zou niet meer gaan, wat? - en het zo heel zachtjes zien breken. En toen, nou ja, toen kreeg ik haast tranen in mijn ogen, hahaha! - o, wat heb je me een sterke Catz gegeven.

Moeder Dobbe  Jozef, jongen, toe pas een beetje op je as.

De jonge pastoormet zijn zakdoek stuivend Dat doe ik altijd zo, moeke. Da's makkelijker. snuift Eendenbout.

Moeder Dobbe  Ik ga es kijken. Toe, jongen, trek je voet wat terug. Die plaat is zo difficiel. Al dat nieuwerwetse goed is onsolide. Als ik het maar geweten had.

 

DERDE TONEEL
Gaaike, de jonge pastoor

De jonge pastoor  Heb je nog te doen?

Gaaike  Nee.

De jonge pastoor  Kom dan een beetje hier zitten. - En?

Gaaike  Wat meen je?

De jonge pastoor  Praat nou es uit.

Gaaike  Ach nee, Jozef.

De jonge pastoor  Morgen ben ik weer weg.

Gaaike  Nee, nee, nee.

De jonge pastoor  Je tobt, Gaaike.

Gaaike  Ik tob niet. Wor je al warmer?

De jonge pastoor  Schrijft-ie je nog? Nee? Kind, kind, waarom ben je zo gesloten?

Gaaike  Begrijp je niet dat het pijn doet, als jullie...

De jonge pastoor  Jullie? Heb ik het je ooit lastig gemaakt? En dan nog? Vertelde je niet alles, toen we kinderen waren? Ik heb hele scherpe ogen. Je durft hier met niemand spreken, met vader niet, met moeder niet. Praat es uit.

Gaaike  Het is toch afgelopen. Ik wen er wel an.

De jonge pastoor  Ik dacht dat je eerlijker was.

Gaaike  Eerlijker?

De jonge pastoor  Ik zeg je: het is niet voor je afgelopen. Biecht nu eens op, nee, aan je broer. Er is meer voorgevallen.

Gaaike  En als het zo was? Het is uit, Jozef.

De jonge pastoor  Een huwelijk is nooit uit.

Gaaike  Ik ben toch nog getrouwd. Jongenlief, praat er nou niet meer over. De kinderen zijn dood - 't is uit, uit.

De jonge pastoor  Als ze waren blijven leven, zou het nooit tussen jullie gebeurd zijn.

Gaaike  O, goddank ze zijn dood.

De jonge pastoor  Gaaike!

Gaaike  Toe, ga er niet op door. Wat heb je er an? Je legt het verkeerd uit, Jozef.

De jonge pastoor  Een paar maanden geleden kwam er een vrouw bij me - hetzelfde als bij jou, alleen ze was korter getrouwd. Hij had haar geslagen. Ze wou van hem af, ze had getuigen...

Gaaike  Ik had er geen.

De jonge pastoor  Jij had er geen. Toen heb ik lang met haar gesproken.

Gaaike  En ze hield van hem, en ging naar hem terug.

De jonge pastoor  En? Jij hield van hem. Is er meer voorgevallen? Antwoord nou! Morgen ben ik weg, zien we elkaar weer in geen tijden. Je sprak daar zo wreed van Lientje en Samuel...

Gaaike  O nee...

De jonge pastoor  Nee? - Heeft je ziekte je zo hard gemaakt?

Gaaike  Mijn ziekte... Ik ben niet hard. Straks nog wou moeder schimpen. Dat wil ik niet. Kijk niet zo boos. Als je alles wist, alles... De meid. Aafje brengt een schotel Zet maar in het midden, Aaf. Dank je.

Aafje  Zal ik het vuur voorzien?

Gaaike  Nee, dank je. Aafje af. Hij heeft me nooit geslagen, Jozef.

De jonge pastoor  Niet geslagen? En je verhalen...

Gaaike  Gelogen.

De jonge pastoor  Heb jij gelogen? En waarom?

Gaaike  Om... om... Misschien is het goed als ik es uitspreek. En jij zult het niemand vertellen, jij die zoveel hoort. Mogelijk heb ik van hem gehouen - in het begin...

De jonge pastoor  Mogelijk?

Gaaike  Mogelijk. Hoe wou je het zeker zeggen? Zonder ondervinding raak je geëngageerd, je ben jong, je vindt al die kleine attenties prettig, en de uitstapjes, en de pleziertjes - en de grotere vrijheid. We hebben geen gelukkige jeugd gehad, Jozef - twee zusters dood, een broer dood - telkens dat spook van de tering in huis.

De jonge pastoor  Klaag daarover niet.

Gaaike  Toen trouwden we, toen hield ik ook van hem. Het zou mal zijn om het niet te willen weten. Het is zo lief, zo'n gezicht altijd bij je, 's morgens en 's middags en 's avonds, en je wachten, en je blijheid als de sleutel in het slot... Lientje die kwam in het voorjaar, in mei. Net goudenregen d'r haar, niet? Ze had al haar, toen ze geboren werd. En wat was ze vrolijk als ze in d'r beugeltjes liep. In Domburg dachten we dat ze genezen zou. Het was een vleugje. De enkeltjes werden dikker - je heb haar toen niet gezien. Het wurmpje, het schaapje...

De jonge pastoor  Kom!

Gaaike  Ze ligt op "De Liefde". Het kistje was niet groter dan zo.

De jonge pastoor  Kom, kom.

Gaaike  Nee, ik huil niet. We hebben mekaar toen getroost, hij en ik, zijn naar Italië geweest. Dat kun je doen met geld. Toen de grote verrassing voor ons en voor jullie. De kleine Samuel. Die zou naar vader heten - Samuel, Samuel. En een week later dood. Blind geboren.

De jonge pastoor  Blind? Dat heb ik nooit geweten.

Gaaike  Niemand weet het, alleen hij, de dokter, en ik. Ik werd naar het gasthuis gebracht, heel voorzichtig - dat weet je wel - en voor de operatie bediend. Ze hadden me niets gezegd van het kind. Natuurlijk niet. Dagen lag ik op sterven, doodzwak, zonder kracht. Op een nacht dachten ze dat het afliep, werd hij geroepen. En hij klaagde verschrikkelijk, snikte het uit, vroeg om vergiffenis voordat ik stierf. Het was alles zijn schuld geweest, van Lientje, van Samuel, van mezelf...

De jonge pastoor  Zijn schuld?

Gaaike  Het ging me voorbij, ik was zo zwak, had zo'n behoefte aan rust, rust - en ik stierf niet, sterkte aan, werd weer gezond, en voorbereid, langzaam voorbereid op de dood van mijn jongen. Eerst zeien ze dat-ie ziek was, bad ik dagen en dagen. Mijn kerkboek en mijn rozenkrans kwamen mijn handen niet uit. En toen... Thuis was alles hetzelfde. Het wiegje en het andere hadden ze weggehaald. Peter was niet van de vloer, moeder wipte elk ogenblik over, jij schreef dikwijls en hartelijk...

De jonge pastoor  En?

Gaaike  Denk nu maar dat ik biecht, Jozef... Een woensdagochtend zat ik alleen thuis, liep de huisdokter op. Hij dee het wel meer. Ik sprak van - dat kun je wel raden, en huilde. Hij troostte. En ineens, toevallig, o wel toevallig in zijn vriendelijkheid, hoorde ik van de blindheid, dat het voor het stakkertje nog een geluk was geweest. Die avond, Jozef, heb ik alles begrepen, scheen de herinnering klaarwakker geworden, aan mijn eigen sterfbed in het gasthuis hoorde ik zijn snikkende stem, opnieuw, maar vreselijker. Het is wel eenvoudig om het te zeggen, omdat het zo dikwijls gebeurt - hij was ziek toen-ie zich engageerde en wist het, hij was ziek toen-ie trouwde en wist het, hij was ziek toen-ie vader werd, en wist het. - Nou, Jozef, heb ik gebiecht. Die nacht hebben we geen van twee geslapen. Mijn kindertjes dood, gelukkig, en mijn eigen lichaam verwoest.2) Ik vraag mezelf weleens af waarom dat zo mag, ik vraag God...

De jonge pastoor  Susjt! Niet zo praten.

Gaaike  Bij hem blijven kon ik niet, wou ik niet. Hij was nog zo laf om te dreigen, toen ben ik rustig weggegaan, heb vader en moeder belogen, om het ergste niet te vertellen - het ergste dat ze misschien niet begrepen zouen hebben. Een klap is zo grof, zo duidelijk voor iedereen.

De jonge pastoor  Geef me nou je hand, mijn kind - ik zeg maar kind, mal he, terwijl we zo weinig verschillen.

Gaaike  Nou ik eenmaal begonnen ben, zou ik wel uren lang met je willen praten. Jij ben de eerste...

De jonge pastoor  De zonde van de ouders...3)

Gaaike  Mijn zonde?

De jonge pastoor  God alleen weet. Je mag niet meer zo wreed spreken, als straks, over Lientje en... Wor niet slecht door je verdriet. Je was altijd een dappere meid. Jij - jij dorst het eerst een donkere kamer binnengaan als Peter en ik bang waren. Jij heb toen Klaas z'n roeiboot van de ketting losgemaakt, en - en - hahaha! Lach je nou of huil je nou?

Gaaike  Huilen kan ik niet meer, Jozef. Soms denk ik dat een boel vrouwen het niet meer kunnen.

De jonge pastoor  Hohoho! Zie je - toen ik gistermiddag hier aankwam, en naar je keek als je niet naar mij keek...

Gaaike  Dat heb ik telkens gevoeld.

De jonge pastoor  Meen je? - Toen kreeg ik zo'n heel kleine overtuiging, maar een man van ondervinding ben ik niet, dat je nog van hem... Wat?

Gaaike  Nee, het is uit.

De jonge pastoor  Nooit is een huwelijk uit. Nooit.

Gaaike  Lieve jongen, in het begin van de zomer, toen ik hem in geen maanden gezien had, had ik nog wel es van die buien, tobde ik, voelde ik af en toe medelij, aarzelde ik - maar in Wijk aan Zee,4) waar ik met moeder was, twee volle maanden, werd ik akelig sterk. Daar had je vakantiekolonies van arme kinderen en het gestoei van de rijke. Elke dag zag je ze plassen, spelen met het zand, de gezonde, de gebrekkige, de zieke - allemaal knoeiend met schopjes en emmertjes om aan de zee een beetje genezing te vragen voor wat een vader of een moeder of een grootvader misschien gedaan hadden. Lientje had ook zo in Domburg op een berg in het water gespeeld - Jozef, waarom wordt een vrouw gestraft die een zuigeling verdrinkt, uit angst, terwijl er nooit iemand spreekt van voor d'r leven ongelukkige kinderen, nooit van een vrouw die ze zo opereren, dat... Vader had zo dolgraag een kleinkind, wordt wel es hatelijk als-ie verwijt dat ik om een klap, o, om een klap! van mijn man ben weggelopen - en ach, jongenlief, met de ooievaar is het gedaan, voor altijd gedaan.

De jonge pastoor  Dan moet je dubbel houen van de kinderen van anderen, hoor je?

Gaaike  Wil je nog een bittertje?

De jonge pastoor  Merci.

Gaaike  Heb je nog kouwe voeten?

De jonge pastoor  Nee, lieve meid.

 

VIERDE TONEEL
Moeder Dobbe, Gaaike, de jonge pastoor

Moeder Dobbe  Bij half zes. Ze komen niet.

De jonge pastoor  Heb je die zelf gebakken, moeke?

Moeder Dobbe  Een rijksdaalder uit me zak, als dat één huishoudster kan.

De jonge pastoor  De mijne kan het zeker niet.

Moeder Dobbe  Wat kan die dan wel? Nog met fatsoen geen vis koken.

De jonge pastoor  Vergeef je zo'n paar rooie graten dan nooit? Er wordt gebeld. Ah!

Gaaike  Peter. Nou, moeke, die vriend is een erg nette jongen. Hoor hem z'n voeten eens vegen. Ja, we zijn boven! Val maar niet, val maar niet!

 

VIJFDE TONEEL
De vorigen, Peter, Bart

Peter  Dag goeie ouwe! Kraak hoor! Een, twee, drie, vier. En nou nog een omdat je zo stribbelt. Dag Gaaike-lief! Jozef! Ben jij hier? Wel kerel, wel kerel. Daar heb jullie m'n vriend Bart - me broer, me zus, me goeie ouwe. Zijn zolen heeft-ie versleten om in de gratie te komen! Wel goeie ouwe. pakt haar nog eens

Moeder Dobbe  Nou malle jongen!

Peter  En vader? Waar is vader?

Moeder Dobbe  Die komt dadelijk met de boot.

Peter  Nou zie je nog es een echte Zeeuwse kap, Bart. Zou je me moeder vijftig geven?

Bart  Nee. Helemaal niet.

De jonge pastoor  Is meneer ook student?

Bart  In de rechten.

Peter  Zeg er maar bij acht jaar. Da's een betere introductie.

Bart  Je vergist je. Negen.

De jonge pastoor  Dan zult u het Burgerlijk Wetboek wel haast kennen.

Bart  Het B.W. is als wijn, meneer. Je doet verstandig het een tijd te laten rusten. Hoe meer stof hoe excellenter.

De jonge pastoor  In een goeie kelder en goed gekurkt. Soms wordt-ie zuur.

Bart  Het B.W. is zuur voor je het kurkt, meneer. Mag ik me even warmen, mevrouw?

Gaaike  Schuif u wat bij de haard.

Peter  En zo niks veranderd. En bloemen op tafel. En... Bart knoop je vest los. Er moet wat gebeuren. We zullen Engel missen.

Gaaike  Wie is Engel?

Bart  Engel, mevrouw, dat is onze juffrouw van tweehoog in de Pijp.

De jonge pastoor  De Pijp?

Bart  De Pijp dat is - wat is de Pijp, Peter?

Peter  De Pijp, dat is de Pijp, dat is waar de studenten wonen en de... een stuk van de nieuwe stad, Jozef.

Moeder Dobbe  En bevalt het je bij die juffrouw Engel?

Bart  Enkel Engel, mevrouw.

Gaaike  Ja, je ben wel druk aan het verhuizen geweest in de laatste maanden.

Bart  We wonen nu samen. Hij voor en ik achter. Hij bij z'n botjes en preparaten, ik - ja eigenlijk bij wat? Die Engel is een braaf mens. 's Morgens brood met zoetemelkse...

Peter  Leidse...

Bart  Om de dag zoetemelkse en Leidse en voor een verandering Leidse. Om twaalf uur Gelderse worst...

Peter  Boterhammenworst...

Bart  Ook om de dag, en 's zaterdags Zwitserse kaas. Da's heel lekker, mevrouw.

Gaaike  En 's middags?

Bart  's Middags? Maandags rooie kool, lapjes en een wentelteefje, dinsdags savooiekool met gehakt - o, dat gehakt van de Pijp! - woensdags zuurkool met worst en een wentelteefje, donderdags witte kool met lapjes en een flensje, vrijdags stokvis met mosterdsaus en een wentelteefje. Zaterdags...

Peter  Savooiekool met gehakt, en gries!

Bart  Zondags soep, mevrouw, vermicellisoep, varkenslapjes, kool en een wentelteefje. Ik kan u verzekeren, dat ik straks heel graag m'n benen onder de tafel zal steken. Woensdag vandaag. We missen de zuurkool, de worst en het wentelteefje.

Moeder Dobbe  Waarom verander je dan niet, Peter?

Bart  De hele Pijp, mevrouw, is lapjes en kool. Je kunt een traditie zo maar niet breken.

Moeder Dobbe  Dan zullen jullie wel blij zijn als ik wat zend. Was me kaasje lekker, jongen, en het muisje?

Bart  Prachtig! Maar zo gauw op. Je eet er niet alleen van.

Moeder Dobbe  Niet alleen?

Bart  Ja, hoe kun je dat expliciteren? Peter, laat me nu niet alleen aan het woord - het kaasje, bijvoorbeeld, dat smolt weg. Eigen etenswaren, mevrouw, die verdampen zichtbaar in de Pijp. Kaas wordt korst eer je het weet.

Gaaike  Snoepen ze zo?

Bart  Pardon, ze proeven.

Moeder Dobbe  Ik zal je een hangslot zenden, jongen. Foei, wat een kruimeldievegge.

Bart  Olala! Waarom zou ze niet meeproeven, die brave Engel, als wij het in overvloed hebben?

De jonge pastoor  Dat is een opvatting.

Bart  De beste, meneer. Het enige dat ik bepaald wegsluit is het B.W. De rest is à prendre ou à laisser.

Moeder Dobbe  Hard studeren en slecht gevoed worden, dat gaat niet samen. Om je de waarheid te zeggen, Peter, je ziet er witjes uit.

De jonge pastoor  Dat heb ik ook opgemerkt. Voel je je niet goed?

Peter  Ik? Patent. Het is hier warm.

De jonge pastoor  En je praat zo weinig. Heb je iets?

Peter  Nemen jullie nou niet zo'n notitie van me. Wat is dat vervelend.

Moeder Dobbe  Toch zie je witjes, Peter - heb je, heb je je horlogeketting verloren?

Peter  M'n ketting...

Bart  Natuurlijk vergeten, op je kamer laten hangen.

Peter  In de haast, vreselijk stom.

Moeder Dobbe  En je... heb je je ring niet an?

Peter  M'n ring... Dat gebeurt me nou telkens als ik me handen was, ligt natuurlijk in het zeepbakje.

Bart  Engel is doodeerlijk, en het zeepbakje is veilig.

Gaaike  Heeft u ook zo'n zeepbakje?

Bartbekijkt zijn vingers Verscheidene, mevrouw.

Moeder Dobbe  Goed dat je vader naar Amsterdam is.

Peter schrikt Vader naar Amsterdam?

Moeder Dobbe  Wat scheelt je? Vin je dat vreemd?

Peter  En daar zegt u me niks van!

Moeder Dobbe  Stuif toch niet zo op, malle jongen. Heb ik je niet dadelijk gezegd dat-ie uit de stad was? We dachten dat jullie tegelijk hier zouden zijn. Hij is naar een veiling, wou je opzoeken, nota bene bij je koffiedrinken. Maar - hoe vroeg ben je dan wel van je kamer gegaan dat je hem misgelopen ben?

Peter  Om half tien, om tien uur - we hebben bij een vriend gedejeuneerd. Het is verduiveld...

De jonge pastoor  Peter.

Peter  Nou ja, nou ja. Denk je dat het prettig is om mekaar mis te lopen? Met een briefkaartje...

De jonge pastoor  Dat jij niet geschreven heb...

Peter  En weet u zeker dat-ie me opgezocht heeft?

Moeder Dobbe  Me dunkt dat het vanzelf spreekt.

Peter  Het is... het is... Hoe laat is mijn telegram hier gekomen?

Gaaike  Beste jongen, het is gebeurd, en wat doet het ertoe?

Peter  Het is opzettelijk gebeurd! Dat is geen toeval.

De jonge pastoor  Peter!

Bart  Ik begrijp je niet, Peter. Honderd tegen een dat je papa... Dobbe op

 

ZESDE TONEEL
De vorigen, Dobbe

Dobbe  Goeienavond.

Gaaike  Daar heb je vader al!

Peter  Dag vader.

Dobbe  Dag.

Moeder Dobbetot Dobbe Peter zegt je goeiedag.

Dobbe  Dat hoor ik.

Peter  Mijn vriend Bart van Oort.

Dobbe  De vriend van de achterkamer?

Bart  Om u te dienen.

Dobbe  Aangenaam.

Bart  Heel erg aangenaam.

Gaaike  Hier staan je toffels, vadertje.

Dobbe  Dank je.

Gaaike  Ik heb ze voor je gewarmd, vadertje.

Dobbe  Dankje is dankje. Geen brieven geweest?

Moeder Dobbe  Nee. Je komt wel gezellig thuis.

Dobbe  Daar zal ik me redenen voor hebben.

Gaaikemet een bittertje Nou, drink dan maar gauw je redenen weg, ouwe heer. Koud geweest op de boot, he? Arme stakker. Je ziet paars...

Dobbe  Zet maar neer. Nee, dring het nou niet op. Warmt zich bij de haard.

De jonge pastoor  Zit ik u in de weg?

Dobbe  Nee, jongen. Blijf maar zitten. Hoe laat wou je eten, moeder?

Moeder Dobbe  We hebben op jou gewacht.

Dobbe  Dan wacht je nog maar wat. Ik heb met Peter iets te bespreken.

Gaaike  Zou je niet beter doen, vadertje, het uit te stellen tot na...

Dobbe  Nee! Nee! Nee! Hou je mond. Tot Bart Neem me niet kwalijk, meneer. Ik ben nooit ongastvrij, maar...

Bart  Ik schik me helemaal naar u.

De jonge pastoor  Zullen we hier dan maar wachten! Af met Gaaike en Bart.

Moeder Dobbe  Wat heb je nou weer voor kuren! Moet dat voor de eten? Dwarskop! Daar sloven wij ons de hele dag voor uit!

Dobbe  Laat ons alleen.

Moeder Dobbe  Ik schaam me ogen uit me hoofd! Waar een wildvreemde bij is. Ik kom niet an tafel, versta je!

Dobbe  Ik heb je verzocht ons alleen te laten.

Moeder Dobbe  Ik zal je alleen laten, ik zal je... af.

 

ZEVENDE TONEEL
Dobbe, Peter

Peter  Wij zijn alleen.

Dobbena enige tijd Dat had je niet gedacht, wel?

Peter  Ik begrijp u niet.

Dobbe  Hij begrijpt... Lotte heet ze, he? Lotte.

Peter  Heeft u het over...

Dobbe  Over, ja over. Kwajongen, kwajongen!

Peter  Denk aan...

Dobbe  En dat duurt al maanden, drie maanden dat je ons beliegt.

Peter  Gelogen heb ik nooit, gezwegen.

Dobbe  Hou je mond.

Peter  Ik wou toch...

Dobbe  Hou je mond! - Je kamer is opgezegd.

Peter  Door wie?

Dobbe  Door mij, begrepen? Naar Amsterdam ga je niet meer terug.

Peter  Goed zo.

Dobbe  Wat zeg je? Je gaat niet meer naar Amsterdam terug. Je kan afstuderen - studeren noemt-ie dat! - in Groningen. En geen cent krijg je zelf meer in handen.

Peter  Toe maar.

Dobbe  Denk jij, kwajongen, dat ik mijn goeie geld wegsmijt, met handen vol wegsmijt, om jou te laten leven met zo'n, met zo'n schepsel! Als ik me niet inhield voor je moeder, voor je zuster... Bah! Bah! Waar heb je d'r opgediept, in de Nes of in een bordeel?

Peter  Dat is mijn zaak.

Dobbe  Jouw zaak? Wat ben jij? Een aap! Wie ben jij? Een verregaande kwajongen! Hou je mond. Ik ben aan het woord. Zijn zaak! Zijn zaak! Als zijn vader hem wil verrassen, kan-ie eerst an de deur horen, dat meneer naar zijn ouwelui in Zeeland is en dat de juffrouw, de juffrouw over een paar dagen terugkomt. En als-ie met moeite op de kamer een kijkje neemt, dan ziet-ie vrouwenkleren, en portretten, en - en huishoudboekjes en rekeningen...

Peter  Dus u heeft mijn schrijftafel opengebroken.

Dobbe  Dat heb ik! Dat heb ik! Grijpt een pak papieren in zijn binnenzak. Schoon schip heb ik gehouen. Jij vervloekte kwajongen! Zijn ring, zijn horloge... En gedroogde bloemen! Mars! Smijt ze in het vuur. En d'r portret! Mars! Het is niet waard verbrand te worden.

Peter  Ik verzoek u dat niet te verbranden, dat behoort haar, daar heb ik geen recht op.

Dobbe  Jij verzoekt...

Peter  Vader!

Dobbe  Mars en mars en mars!

Peter  Goed. Ga uw gang.

Dobbe  Lotte, Lotte. Mijn schoondochter heet Lotte. Opgeraapt van de straat. Maar uit hoor! Radicaal uit! Je blijft thuis of je gaat naar Groningen. Ik had je samen motten treffen! Ik had je moeten verrassen met die slet. Om je oren zou ik je geranseld hebben! Het portret van zijn moeder en het protret van een slet naast mekaar! Geluk heb ik in m'n trouwen! Drie kinderen dood en een die van d'r man wegloopt om een kleinigheid, om een klap. En een jongen, een jongen die je vertrouwt, die vergooit zich. Als er wat nadenken in je kop zat, dan kon je weten dat je moeder en ik nog van één kant hoopten op, op. Basta. Geen brok had ik kunnen eten. Nou ben ik opgelucht.

Peter  Nee. Ik ga niet naar Groningen.

Dobbe  Wat?

Peter  Ik ga niet.

Dobbe  Zo. Dan blijf je thuis.

Peter  Nee.

Dobbe  Ik ben hier de baas. Zolang jij minderjarig ben...5)

Peter  Lotte en ik...

Dobbe  Wat Lotte en jij! Praat me niet tegen of er gebeurt een ongeluk! Later zul je me dankbaar zijn dat ik met ijzeren hand ingegrepen heb, dat ik je losgescheurd heb van zo'n creatuur. Vandaag zuigt ze jou uit en morgen een ander. God alleen weet het verleden van zulk tuig...

Peter  Haar hele verleden weet ik.

Dobbe  Daar wens ik je geluk mee. Straks heeft ze je nog wijsgemaakt dat jij d'r eerste ben.

Peter  Dat heeft ze me niet. Het is een vrouw met een verleden. Maar dat kan me niet schelen. We houen van mekaar.

Dobbe  Hahaha! De onbeschaamdheid, waarmee die dat zegt. De vlegelachtige brutaliteit! Een studentenhoer...

Peter  Als u denkt dat diie toon indruk maakt...

Dobbe  Ik heb jou geen uitlegging van mijn toon te geven. Als je de teugels teveel viert, krijg je trappen toe. Wil je niet buigen, dan moet het maar breken. De enige zoon die je, die je een kleinzoon kan geven, legt het an met een... met een... Basta. Uit met jouw ontucht, met jouw liederlijkheid. En anders laat ik je uit het nest slepen!

Peter  Dat zal ik afwachten.

Dobbe  En geen woord meer!

Peter  Zoals u verkiest. Maar te dreigen is min. Daar kan ik geen dreigementen tegenover stellen.

Dobbe  Ik zal jou dreigen zoveel ik wil.

Peter  Goed. Dreig. Die methode was ik allang beu. Als je heus een vader was, zou je zo'n houding niet aannemen, zou je eran denken, dat eens je kinderen zelfstandig worden en het verdraaien een opgeheven hand voor zich te zien.

Dobbe  Dat heb je jezelf te wijten. Ieder vader zou zo handelen als-ie zijn zoon snapte...

Peter  Snapte. Ik ben thuisgekomen, om je alles te zeggen, maar je hebt ons nooit an het woord gelaten, je hebt ons altijd met je ogen geregeerd, nou doe je het nog! Je hebt alle vertrouwelijkheid uit ons getrapt, en als we vertrouwelijk wouen worden, zat je voor ons als een, als een vreemde - nooit als een vader.

Dobbe  Zo. Daar mot je dan maar an wennen. Dat neem ik voor mij. Verwijt dat op een andere gelegenheid, als ik niet voor je bestwil optree. Met handschoentjes zal ik dat opraapsel aanvatten en d'r in watten leggen. Drinkt het bittertje in één teug. Basta. Basta. Loopt naar de suitedeur, staat stil En, en, als je dan thuis ben gekomen om alles te zeggen, wat wou je dan zeggen?

Peter  Dat ik haar trouwen wil.

Dobbe  Jij wil... jij wil... Ach kom. Die is goed. Jij wil... Dat moet dokter worden. Onderzoek je hersens, man. Stapel, stapel.

Peter  Heeft u nog meer van die argumenten?

Dobbe  Argumenten? Wou jij...? Geen woord maak ik erover vuil. Om een kwajongensgril laat ik de aarpels stijf worden, en dat stuk vrind op z'n portie wachten. Breng jij weer es vrinden zonder permissie mee!

Peter  Dus u weigert?

Dobbe  Heb ik het woord weigeren gebruikt? Ben jij getikt? Weigeren? Ik praat er zelfs niet over. Ik met jou redeneren, met jou redeneren, over een scharrel waarmee jij wil... hahaha! hahaha! Een kwajongen van eenentwintig. Nog niet droog achter z'n oren. Voor je broek moest je hebben.

Peter  Goed.

Dobbe  Goed zegt-ie. Dank jij me later, ondankbare rakker. Basta met je mintenee. Een mintenee van mijn centen. Morgen komt je koffer hier...

Peter  Mijn koffer?

Dobbe  Je koffer met je kleren, je boeken, je tierelantijntjes. Ik heb er alles netjes ingesmeten. Als je moeder het ziet, krijg ik wat te horen.

Peter  Ik waarschuw je vader, dat ik niet blijf.

Dobbe  Jij hebt niet te waarschuwen.

Peter  Ik hou van Lotte.

Dobbe  Voor mijn part hou jij van duizend Lottes. Mijn woord is mijn woord. Je gaat naar Groningen of je blijft hier. Basta. Als je er vannacht over slaapt, ben je morgenochtend blij dat ik je uit het wespennest gehaald heb. Voor schoondochter een... hahaha! Hahaha! Nou moeder, doe maar op.

 

ACHTSTE TONEEL
De vorigen, moeder Dobbe, Gaaike, de jonge pastoor, Bart

Gaaike  Dat schijnt goed afgelopen. We dachten wonderwat.

Moeder Dobbe  Daarvoor laat-ie het kostelijk eten bederven.

Bart  We zullen er toch wel van smullen, mevrouw.

Dobbe  Ik zit. Bloemen. Mooi zo. En je goeie tafelzilver? Kom an.

Gaaiketot Bart U naast mij.

Bart  Het kon niet beter.

Moeder Dobbe  Kom Peter. Trek je maar niks an van zijn gebrom.

Peter  Waar wil u...

Moeder Dobbe  Hier m'n jongen. Geef jij je goeie ouwe maar een pakkerd. Zo. Belt In hoeveel tijd is dat niet gebeurd? Dobbe, ben je op Peter z'n kamer geweest?

Dobbe  Nee.

Moeder Dobbe  Nou dat is erg jammer. In het zeepbakkie heeft-ie z'n ring vergeten en... Meid op met soepterrine.

Dobbe  Wil jij vandaag hardop bidden, Jozef?

De jonge pastoor  Hardop? "Onze vader, die in de hemelen zijt! Geheiligd zij Uw naam! Laat toekomen Uw rijk! Uw wil..."

 

Naar boven | Tweede bedrijf | Derde bedrijf | Vierde bedrijf

 

Menu van pagina's in tekstversie

De website
Hoofdpagina
Doelstelling
Over de editie
Opzet van de website
Aangepast lezen
Biografische notitie
Over ons en contact
Teksten online
Verkrijgbare teksten
De 7 vette dagen
Het testament
Het antwoord
Kwelling
Brief in schemer
Herenhuis te koop
De buikspreker
Het zevende gebod
Het pantser
Overige pagina's
Varia: socialistische tendenz
Kolder in de Jonge Jan
Scheveningse vissers
© deze website: 2015 M.G. Vonder, Amsterdam

Terug naar hoofdpagina

colofon

Deze website is gestart op 3 december 2014, bij gelegenheid van de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr.
Deze website is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij echter geen aansprakelijkheid. Mocht ondanks onze inspanningen een auteursrechthebbende aan de aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze vriendelijk zich in verbinding te stellen met de redactie.
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam