HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

Heijermans' toneelteksten online: Het antwoord

Dramatische schets in een bedrijf

Tekstversie
Naar het menu | Terug naar de hoofdpagina

Personen

De moeder
Bart  }
Hein  } haar zoons
Johan  }
Marie, vrouw van Bart
Eerste werkman
Tweede werkman

De handeling vindt plaats in de tegenwoordige tijd in een grote gemeente1).

 

Bij het opgaan van het gordijn liggen Moeder en Marie voor het rechterraam geknield, aandachtig kijkend naar wat in de straat gebeurt. Johan, in leunstoel, luistert onrustig.2)

 

EERSTE TONEEL
Moeder, Marie, Johan

Marie  Wat een mensen!   Hé! Lange! Lange! Dag! Daaaag! - Haha-haaaa!3)

Moeder  Nou! Nou! Nou! Stel je niet zo an! 't Is geen pretje!

Marie  Net dat-ie naar boven keek, stapte-die mis. Hahahaaaa! Hij weet ook nooit raad met z'n lichaam. Allemachtig wat een volk! Kijk es naar de kant van de Breestraat. En daar heb je waarachtig een hele bende smerissen. Nou! Een, twee! Een, twee! Kop in de hoogte! Pink op de naad van je broek.

Johan  Trekt de politie op?

Marie  Tien, veertien, twintig, vierentwintig dooie dienders en een inspecteur.

Johan  Gaan ze naar de fabriek?

Marie  Asjeblief! Allemaal met witte handschoentjes an! Hahahaaaa!

Moeder  Spot niet! Maak me niet ongeruster! God, God, waar blijven Bart en Hein! 't Heeft toch al twaalf geslagen.

Johan  Ik heb de fabrieksbel een kwartier gelejen horen luijen. St! St! Horen jullie niks?

Moeder  Nee! Wat dan?

Marie  Ach hij slaapt! Hij wil altijd meer horen dan een ander!

Johan   Ik hoor meer. Ik hoor meer. Als jij geen ogen zou hebben, zou je ook meer horen. Ze zingen in de verte het Vrijheidslied.4) Hoor je niet?
Zij luisteren zwijgend. Langzaam zwelt het lied aan.
  "Op, voor de vrijheid, op!
  Weg met de slavernij!
  Waakt op! Waakt op! Voor 't heilig recht
  Der mensen kampen wij!..."

Marie  Hoera! Hoera! Leve de...

Moeder  Hou je mond! Hou je mond! Je doet als een kind!

Johan   Waren er veel?

Marie   Wel een vijfhonderd.

Johan  Het loopt verkeerd, het loopt helemaal verkeerd.

Marie  Klets toch niet! Jij maakt iemand ongeduldig! Ze hebben het recht aan hun kant. Jij zou ook zo doen, net zo doen!

Johan  Niet waar! Niet waar!

Marie  Nou, jij dan niet. Zij wel. En als ik kon, dee ik ook mee!

Moeder  Zachies wat! Denk an zijn...

Johan  Met geweld bereiken ze niks, niks, niks.

Marie  Waar komt het volk vandaan! Breeman staat stil en Prins en Hijmering. En daar heb je volk van Ankerman ook. Goed zo, jongens! Als Hessel nou nog stilstaat draait er geen machien meer. Allemachtig! Allemachtig, wat een herrie! Kijk es moeder, die koets wil er door! Jawel! Kom jij morgen maar es terug. Lekker! Lekker! Ze houen het paard tegen. O zo, omdraaien! Hahahaaa! Dat smoel van die koetsier! Nog een troep! Opnieuw, nu onder het raam, wordt het Vrijheidslied aangeheven.
  "Op, mannen, broeders, saam verenigd!
  Op burgers! Sluit u bij ons aan!..."

Marie  Da's zeker een onderkruiper!5) Kijk hem an de haal gaan! Hahahaaaa! Pats! Die het-ie te pakke! Z'n hoed van z'n kop! Allemachtig wat een mensen, wat een mensen! En waarachtig, daar heb je volk van Hessel. Alles staat stil, moeder! Alles! Nou, ik ga es kijken!

Moeder  Nee! Nee! Je blijft hier. Je het er niks van nodig. Schenk maar liever de koffie op. Ze zullen daar wel komen. Wat mot je bij de weg!

Johan  Moeder het gelijk. Een vrouw hoort niet in 't gedrang.

Marie  Daar heb ik maling an! Als Bart strakkies thuiskomt ga ik met hem mee. Ik heb er nou lol in. D'r zit geen sterveling thuis.

 

TWEEDE TONEEL
Hein, de vorigen

Moeder  Goddank! Ben je alleen?

Hein  Dat zie je.

Marie  Waar is Bart?

Hein  Weet ik veel!

Moeder  Zijn jullie dan niet samen van de fa...

Hein  Nee! Wat zanik je nou! IkhHeb goddome andere zorgen an me kop.

Marie  Nou - je het moeder zo niet af te snauwen. Je wordt toch in het fatsoenlijke gevraagd? 't Eten staat al een kwartier af. Maak dat je op tijd komt. Jij en Bart!

Hein  Jij ben met Bart getrouwd, niet met mijn. Jouw standjes kan ik dubbel missen. Wordt er niet opgedaan, moeder?

Marie  Wel zeker, we zullen voor jou klaarstaan zo als je binnen komt vallen. Commandeer jij je hond en blaf zelf!

Moeder  Ik wou nog effe wachten. Bart zal wel dalijk...

Marie  O zo. Je het niks te verzuimen. Voor wat maak je haast?

Hein  Dat zijn mijn zaken. Ik verdom het om op hem te wachten.

Johan  Jongen, jongen wat ben je uit je humeur! Is er wat gebeurd?

Hein  Gebeurd! Gebeurd! Vraag naar de bekende weg! D'r is alles gebeurd, alles en nog wat. Nou hebben ze d'r zin. En wat hebben ze nou? Geen luis! Al de machines staan stil. Bij Hessel hebben ze ook de vuren gedoofd.6) Hoor ze nou fluiten en lawaai maken! Wie zal ons goddome te vreten geven? Wie zorgt er voor mijn kinderen? Wie zorgt er voor jullie? Ik was tevreden met me negen gulden en als ik tevreden ben, motten ze me dan dwingen, dwingen! Die verdommelingen!

Marie  Jij ben me een misselijke kerel om je eigen kameraden uit te schelden!

Hein  Laat ik zijn wat ik ben, maar in elk geval ben ik niet zo'n warhoofd als jouw Bart!

Marie  God zij gedankt dat hij niet zo laf is als jij!

Hein opstuivend Laf! Wie is er laf!

Marie driftig Jij! Jij! Jij! Als je maar gedurfd had, zou je je kameraden onderkropen hebben! En dat dorst je niet. Jij ben voor alles te laf, te laf om tegen je patroon op te trejen, te laf voor je kameraden.

Hein  Dat lieg je! Dat lieg je! Heb ik niet an de vorige staking meegedaan, moeder? Zeg dan ook es een woord. Zit er niet bij as een lijk! Zijn we toen haast niet verrekt van honger? En heeft me dat later me vrouw niet gekost?7) Wat weet jij van de toestanden hier? Je ben hier pas! Je komt pas kijken! Een blauwe maandag getrouwd en overal het grootste woord over! Wacht tot je kinderen heb. En as je kinderen heb, let dan es op of je zelf niet de eerste zal zijn om Bart tegen te houen als ze weer een krankzinnige staking beginnen.

Marie  Nooit! Nooit! Al had 'k geen korst brood meer in huis.

Hein  Larie! Geklets! Praatjes! Jouw pret begint pas! Ik zeg je dat als het me de keel uithangt, als ik niet meer te vreten heb, ik weer an 't werk ga. Laten ze mijn me negen gulden maar laten.

Johan  Je leeft niet voor jezelf alleen.

Hein  Nee, om de donder niet - ik heb een moeder en drie kinderen!

Johan  Die anderen hebben ook moeders, ook vrouwen, ok kinderen. En als ze staken doen ze het voor het bestwil van allemaal.

Hein  Wat zanik jij nou ook weer! Wat bliksem wat weten jullie er van! Zij pas getrouwd, zonder een cent ondervinding. Jij jaren blind en alleen oordelend van horen zeggen! Mot ik dan alles herkauwen als een koe? Hebben jullie geen geheugen? Hoe heb jij gelejen, moeder, voor vier jaar, toen we 't zes weken hebben volgehouen en met hangende pootjes konden bijdraaien! En op wat voor condities, godverdomme! Hebben Breeman en Prins en Hijmering de raddraaiers niet an de dijk gezet? Ben je dan vergeten wat er met vader gebeurd is? Laat voor mijn part de meerderheid die altijd dwingt, verrekken!

Johan  Je bewijst niks met zo'n woede. Ik hoor alleen maar je stem. En als er in je stem geen argumenten zijn, dan overtuig je me niet.

Hein  Ik wil...

Johan   Laat me ook es uitspreken. Ik kan met schreeuwen niet tegen jou op. Ik denk alleen maar. En meer dan jullie. Ik denk de hele dag over dingen. Soms ook wel de nacht. Het onderscheid weet ik zo net niet.

Moeder  Nou! Nou! Niet an die zwaarmoedige dingen toegeven!

Johan  En als ik jullie strijd dan zie in de donkerte van mijn hoofd, dan verwonder ik me over jullie verdeeldheid, jullie verdeeldheid. De meerderheid, Hein! Dè meerderheid. De grote denkende meerderheid. Vloek die niet, want jullie zucht nou nog door de tirannij van 'n niet denkende, niet voelende minderheid. En al wat zich afzondert, onttrekt of er alleen probeert te komen zoals jij, is vijand van de arbeiders, houdt tegen, houdt tegen.

Marie  Nou weet je het. Voor mijn part slaan ze alles in de fabrieken kort en klein, blijft er geen stuk heel van het eigendom van die krengen!

Johan  Onzin. Woorden. Woorden. Geweld geeft niks. Geweld geeft geweld. En het geweld van degenen die hebben is het hardst. 't Moet worden - en ik zie dat, ik zíe dat - de strijd van het hoofd tegen het hoofd, van de denkers tegen de niet ontwikkelden, de dommen - alles langzaam aan en geleidelijk, zonder harde schokken. Geweld heeft nooit wat duurzaams gegeven, nooit iets dat stond op 'n grondslag, zoals je een huis op palen bouwt. En al wat er nou nog an geweld gebeurt heeft geen nut, brengt ons achterop. Ik zie dat. Ik zie dat zo klaar als ik mijn dood en God zie.

Marie  Hij praat weer. Hij praat nog eens in zijn stoel. Ga zo es kletsen met Breeman en Hessel en Prins! Dan maken ze een plaatsie voor je open op Meerenberg of je krijgt een portiersbaantje met een broodje met kaas!

Johan  Jij begrijpt er niets van. Jij weet niet waar om het gaat. Ik zeg je, we beleven een strijd zo mooi als er nog nooit een geweest is. Want we trekken op en ze zien ons niet. We trekken op over de hele wereld en wij worden de meesters, de meesters die de vrijheid handhaven. Maar het geweld dat is een wapen van de tegenpartij. Geweld brengt achterop, achterop. Als je nog maar een beetje respect hebt voor m'n blinde ogen, ik die toch óok eens het licht gezien heb, geloof me dan, geloof me dan.

Hein  Wat doe ik met al jouw gezwets! Wat schieten we daar mee op! Ik zit zonder een cent! En die redeneringen zijn heel mooi, verdomd mooi, maar die mot je net nou afsteken! Geweld! Geweld! Ga dat zeggen an Breeman die om soldaten getelegrafeerd heeft! Zeg dat an...

Moeder  Komen er soldaten?

Hein  Wel ja. Voetvolk en paardevolk, weet ik veel! Ze hebben bij Breeman de ruiten ingesmeten en bij de burgemeester. En gisteravond zijn ze an 't kloppen geweest met de politie. En vanmorgen hebben ze de hekken ingetrapt bij Hessel en een inspecteur half lam geslagen.

Moeder  O God, o God! Gaan jullie in Godsnaam niet uit! Was Bart maar thuis! Waar blijft-ie! Waar blijft-ie!

Marie  Blijf nou toch kalm moeder! Bart is geen kind. En wat zeggen zo'n paar relletjes? tot Hein Heeft Breeman vanmorgen antwoord gegeven? Hoor je me niet?

Hein  Nee. Hij most nog overleggen met z'n compagnon en met de anderen. Ze hebben nou vergadering en om half een mot het comité het antwoord kommen halen.

Marie  Wat zit jij dan te klagen? Honderd tegen een dat ze toestemmen in de eisen. Wat is twee cent het uur meer?

Hein  Hahaha! Snap je dan verdomme niet dat ze wachten tot de soldaten hier zijn en dan de arbeiders achter de schutting van d'r bajonetten uitlachen? Ga jij nou an Breeman zeggen dat geweld achterop brengt! Als het dan eenmaal er door is, dan mot het maar hard tegen hard!

Johan  Geweld geeft niks, van hun niet, van ons niet. Je kunt niks tegenhouen wat goed en rechtvaardig is, al duurt het wat lang. Al duurt het eeuwen.

Hein  Laten we nou maar gaan eten! Met al dat kletsen vul ik me maag niet. Bart zal wachten tot het antwoord bekend is. Hou zijn kliekkie maar warm. Kom moeder. Vooruit nou.

Marie  Ik zie hem nog niet. Dan maar opdoen. Kom moeder. Kom Johan.

Moeder  Heb je Bart nog bij de fabriek gezien?

Hein  Laten we nou asjeblief rustig afeten. Er liggen geen voetangels en klemmen bij de fabriek. Wat is dat voor rare kost?

Marie  Wel Jezus wat is die man lastig! Weet je niet meer wat hutspot is?

Hein  't Lijkt wel wagensmeer, jouw hutspot! Ze stinkt een uur in het rond zo angebrand as ze is.

Marie  je zult ze nooit minder eten!

Hein  Had niet de hele morgen uit het raam gelegen! Geen wonder dat de boel anbrandt.

Marie  Proef jij wat, moeder?

Moeder  Ik heb geen honger.

Johan  Nou ze is best te eten. En je mot vandaag maar niet zo nauw kijken.

Hein  't Kan toch voor dezelfde kosten goed. Dat noemt zij hutspot. Er is geen halve wortel in, voor de uien mot je een bril opzetten.

Johan  St! St!

In de verte klinkt zwak het Vrijheidslied. Zij luisteren allen. Plots wordt het gezang sterker. Er trekt een troep het huis voorbij. Moeder en Marie vliegen op, hangen uit een raam, Hein bukt over het andere kozijn. De blinde luistert.

Moedernaar beneden schreeuwend Bart! Bart! Bart!

Marie   Dag Bart! Kom je niet eeeeten? Daaaag! Is d'r al antwoord van Breeman? Wat zeg je? Waaat? Wat roept-ie, moeder?

Moeder  Ik heb geen woord verstaan. Wat doet-ie nou mee te lopen. Z'n eten wordt toch koud!

Marie   Laat hem maar gaan! Hè, wat doet me dat een lol as ik er zo'n boel bij mekaar zie. Hè, daar jeuken je vingers bij! Moeder en Hein komen ook weer zitten.

Hein  En nou is al me vet gestolten! Lekker eten. Je zou het nog niet an je hond voorzetten.

Moeder  Bezondig je niet!

Marie  Zag u Piet lopen met een rooie zakdoek an een stok? Hahahaaaa! Die staat zes dienders. Wat zullen de heren de pest in hebben! Hè, ik kan niet eten van zenuwen!

Hein  Da's maar goed ook. Dan hoef je je eigen kost niet te slikken.

Marie  Sjongen wat ben jij aardig. Jij most komiek worden. Daar heb je net een gezicht voor.

Moeder  Doe er een scheutje azijn bij, Hein. Geef hem de fles es, Marie. En schei nou uit met je gemopper. Toe!

Marie  Die Piet met z'n rooie zakdoek! Net iets voor hem. En de manke ook an het meesjokken, precies Jan Hobbeldebob - hok-hok-hok-hok.

Johan  Twee maanden voor ik me ogen verloor raakte hij met z'n voet in de machien. Ik zie hem nog zo liggen. En wat duuurde het een tijd voor de boel stil stond. En wat een bloed. Wat een bloed...

Marie  He! He! Hoe kwam het an?

Johan  Gewoon. Zoals die dingen altijd ankomen. Hij kwam te dicht bij het wiel en toen draaide-die mee. 't Is nog een wonder dat enkel het been er afgescheurd werd.

Marie  O lieve Jezus! Afgescheurd?

Johan  Afgescheurd, op een stompje na. Toen heeft Prins hem vier weken z'n volle loon van zeven gulden vijftig uitbetaald, drie weken half loon en na een poos kwam die weer op de fabriek. Machinevlees. Machinevlees. Over de hele wereld heb je nou machinevlees, arbeidsvlees, kanonnenvlees. En of je ze dat duizendmaal zegt, ze leren niks. St! St! Horen jullie? Horen jullie?

Marie  Weer een troep! Soldaten, moeder! De soldaten! Moeder en Hein komen aan het raam. Gejoel. Tromgeroffel.

Hein  Ik hoor niks.

Marie  Jouw oren zijn zo doof van de machines dat je een uur later komt als een ander. Ik hoor dùidelijk de trom. Nou zijn ze in de Hoogstraat. Over een halve minuut komen ze om het hoekie. Kijk de jongens es lopen!

Johan  Is er veel volk in de straat? Zijn er veel mensen bij de weg? Moeder! Moeder!

Moeder  Wat zeg je?

Johan  Is 't druk?

Moeder  Ach God ja! Was het maar gedaan, maar gedaan!

Hein  Nou schuif es op! Jij neemt het hele raam in met je dikke lichaam!

Marie  Er is hier maar plaats voor twee. Er is nog een raam. Jezus, wat lopen ze allemaal! Hahahaaaa! Kijk die kerel es vallen! Hahahaaaa! Wat doet-ie met z'n dikke buik in het gedrang! Hahahaaaa! Da's de boekhouer van Hessel! Dag! Daaaag! Goed zo jongens, allemaal op de stoepies. Je krijgt parade vandaag! Nou zal je es wat zien. Rataboem! Rataboem! Rataboemboemboem! zingt "Generaal Vetter gaat nooit verlooore, falderalderiere, falderalderiere! Generaal Vetter"...8) Netjes hoor! Nou die loopt niet eens in de pas. Geef acht! Met verdubbelde rotten! Allemachtig wat een broekie van een luitenant! Nog niet eens een snor! Hé! Hé! Val niet over je slakkesteker!

Moeder  Da's me wat moois! Kijk dan toch beter uit!

Marie  O! O! O! Die bloempot! Die bloempot!

Hein  Nou dat scheelt geen haartje of ze kregen hem op d'r kop! As dat nou goddome een aardigheid mot wezen.

Marie  Nou, lekker! lekker! En nou wou ik! De opdringende menigte beneden heft het Vrijheidslied aan. Marie valt mee in. "Op voor de vrijheid op! Weg met de slavernij! Waakt op! Waakt op! Voor 't heilig recht, der mensen kampen wij!" Afgelopen! De hele straat gaat de militairen achterna. Ach Jezus, moeder, kijk me reseda is. Niks meer van heel. Helemaal platgetrapt met d'r ruwe poten.

Hein  Eten we vandaag nou af, ja of nee? Nou is 't mooi geweest! Is d'r nog van jouw hutspot?

Marie  Dat valt mee dat jij die wagensmeer lust. Ik kan geen brok inkrijgen! Als Bart niet thuis komt mag ik dan met jou een end mee, ouwe brombeer? Ik moet me soldaatjes ook es zien. Die kommen hier in geen jaren terug. 't Is net of het kermis is.

Moeder  Toe! Toe! Wees niet zo druk! Hoe kom je d'r in godsnaam toe om zulke krankzinnigheden te zeggen! Zul je dan nooit wijzer worden, jij!

Johan  Laat haar begaan. Ze is nog zo jong. En die herrie maakt haar zenuwachtig.

Marie  Hoor es, ik ben maar eens jong. En ik zie nou niet in, waarom je 't hoofd mot laten hangen bij zo'n relletje. Jij nog wagensmeer, Johan? Hahahaaaa! Jullie zitten allemaal met gezichten as oorwurmen! Komt tijd, komt zorg! O zo! Mot je nog? Graag of niet? Ik ga strakkies met Hein mee. Jammer dat er hier geen water is. Anders lieten ze nog oorlogsschepen op de koop toe kommen. Dat had je in Rotterdam motten zien, toen de bootwerkers staakten. De Maas lag vol met... hoe noemen ze die schepen ook weer? Van die schepen met 'n ijzeren bast? Pantserschepen. Toen ben ik met vader an boord wezen kijken. Nou moeder dat zijn me schepies. En as d'r geen staking is krijg je ze niet te zien, leggen ze te roesten.

Hein  Zeg het maar niet te hard waar onze burgemeester bij is. Anders leit-ie zo'n ding in de sloot achter de fabriek.

Marie  Hahahaaaa! Stel je zo'n oorlogsschip voor in die moddersloot! Hahahaaaa!

Moeder  Lach toch zo druk niet! Jullie maakt me bang met je onverschilligheid...

Marie  Jezus, moeder, je wil een ouwe vrouw van me maken! Bart en ik zijn nog geen drie maanden getrouwd! Wat wil je toch van me! Als ik effen lach, trek je 'n zuur gezicht!

Hein  Welbeschouwd het ze gelijk. Nou de kogel eenmaal door de kerk is, motten we er ons maar in schikken.

Marie  Hoor hem! Nou z'n maag vol is met wagensmeer en azijn, wordt-ie weer een menns. Zo had jij nou een half uur gelejen motten spreken. Buiten gejoel en geschreeuw. Marie knielt vlug bij 't raam. Een troep volk van Hijmering die naar huis gaat. Wacht, daar heb je de lange. Lange! Hé, lange! Langeeee!

Een stem  Wat mot je?

Marie  Nee jou mot ik niet hebben. Die lange - die daar. Lange, weten jullie al de uitslag? Versta je me niet? Is de uitslag al bekend, d'r antwoord? Op hetzelfde moment weerklinkt in de verte een geweersalvo, luid gegil en gehuil - daarna een tweede salvo. Doodse stilte.

Hein  Godverdomme, ze schieten!

Johan  Ze schieten. Wat gebeurt er in de straat? Hoor je me niet? Hou dan niet allemaal je mond! Kijk dan uit het raam! Marie! Marie!

Marie  O, ik durf niet. Ik durf niet. 't Is zo stil...

Hein,  Niks! Nks! Ze hollen naar de kant van de fabriek. Godverdomme, às ze geschoten hebben! As ze an me kammerade kommen, waag ik er tien jaar an.

Marie  O! O! En Bart die niet thuis is.

Hein  Hou je mond! Maak moeder niet meer van streek! Scheelt je wat, moeder?

Moeder  Wat? Of me wat? Nee hoor. Nee...

Marie  Ik ga kijken.

Hein  Je blijft hier.

Marie  En ik ga. Buiten opnieuw gefluit, geraas en een salvo, gevolgd door een stilte.

Johan  Kun je dan niks zien? Geef dan toch antwoord jullie drie! jullie drie! Geef dan antwoord!

Marie  O! O! Wat is dat akelig! Wat is dat erg! Als er maar niemand gewond is!

Hein  Ik ga d'r heen.

Marie  En ik ga mee. Ik ben z'n vrouw! zij slaat een doek om het hoofd.

Moeder  Je blijft thuis.

Marie  Dat verdraai ik! Je kunt niet weten. Ik laat me niet houen! O! O! O lieve God dat ze nou geschoten hebben!

Hein  God in de hemel!

Moeder  Wat is er?

Hein  Niks!

Johan  Hij heeft wat gezien, ik heb het an z'n stem gehoord.

Hein  Niks! Niks! Blijf van het raam weg. Je het 'r niet bij nodig.

Marie  O! O! O! O! O!

Johan  Wat is er? Laat me hier zo niet zitten! Wat zie je? Wat?

Moeder  Wat zien jullie? Wat? Niks! Wat doen die mensen voor de deur. Wat was het? Wat?

Op de trap gestommel. Eerste en tweede werkman dragen Bart binnen.

 

DERDE TONEEL
Eerste en tweede werkman, de vorigen

Eerste werkman  D'r is daar geschoten, moeder Stappers, en... en... en... Waar mot-ie... 't Is godverdomme om te huilen. Om zo maar te schieten! Nou? Nou? Waar mot-ie? De mannen tillen het lijk op, leggen het op het bed. Nou. Nou. We zullen maar niks zeggen. Zeggen helpt niks. Hij stond vlak vooran... godverdomme... godverdomme. 't Is een moord! om te huilen...

Johan  Is-ie... Is-ie dood? Krijg ik van niemand antwoord! Laten jullie me stikken van angst? O, dat geweld, dat vloekbare, schandelijke geweld.

Moeder  Wat zegt-ie? Wat meent-ie? O, moordenaars, moordenaars! Motten jullie hem zo thuisbrengen, zo. Vermoord, vermoord! Beesten! Beesten! Vervloekelingen! M'n kind vermoorden! Wat het-ie jullie gedaan! Beesten! Beesten! Twee centen in het uur meer vragen en hem vermoorden, vermoorden! Bloedhonden! Canalje! Had ik je hier! Had ik je hier!

Eerste werkman  Nou, nou... moeder Stappers...

Moeder  Hou je bek! Hou je bek! Ze hebben hem vermoord terwijl die weerloos was! Zijn jullie dan kerels, mannen! Heb jullie geen klauwen aan je lijf? Lafaards! Schooiers! O, o, nou hebben ze m'n man genomen, zijn vrouw genomen... zijn ogen uit z'n hoofd gehaald. En nou hem, hem, hem! Moordenaars! Moordenaars! Moordenaars! Onze tijd komt! Onze tijd komt, schoften en schoeljes! Onze tijd komt! O m'n lieve jongen, m'n lieve jongen. Zeg nog is wat. Zeg nog 'n enkel woordje... Bart! Bart! Lieve Bart! Godverdòmmelingen! Dat ik je niet trappen kan onder m'n hakken, je hart uit je lichaam, je hersens uit je kop! O! O! Wat mot er nou mee, wat mot er nou mee...

Johan  God wou 't zo. God. Dat gevloekte geweld...

Moeder   ...Wat leuter jij van God! Welke God! Waar zit jij God, dat jij ons laat trappen, dat je onze kinderen laat slachten! Waar zit jij God! Jij God! Jij God! Hahahaaaa! een God! Jij God van de rijken! Jij God van de kappitalisten! Hahahaaaa! O! O! O, als niemand ons helpt, als jij ons laat verrekken, wie helpt ons dan! Buiten trekt een troep voorbij:
  "Op, voor de vrijheid, op!
  Weg met de slavernij!
  Waakt op! Waakt op! Voor 't heilig recht
  Der mensen kampen wij!..."

 

Naar boven

 

Menu van pagina's in tekstversie

De website
Hoofdpagina
Doelstelling
Over de editie
Opzet van de website
Aangepast lezen
Biografische notitie
Over ons en contact
Teksten online
Verkrijgbare teksten
De 7 vette dagen
Het testament
Het antwoord
Kwelling
Brief in schemer
Herenhuis te koop
De buikspreker
Het zevende gebod
Het pantser
Overige pagina's
Varia: socialistische tendenz
Kolder in de Jonge Jan
Scheveningse vissers
© deze website: 2015 M.G. Vonder, Amsterdam

Terug naar hoofdpagina

colofon

Deze website is gestart op 3 december 2014, bij gelegenheid van de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr.
Deze website is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij echter geen aansprakelijkheid. Mocht ondanks onze inspanningen een auteursrechthebbende aan de aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze vriendelijk zich in verbinding te stellen met de redactie.
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam