HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

    Home | Opzet van het project | Heijermans Toneelwerken | Bronnen | Blog | Retraite | Over ons en contact

Heijermans' toneelteksten online

Zoek op de site

De authentieke speelversie van
Op Hoop van Zegen

Inleiding: I. Het stuk | II. Het souffleursboek | III. De authentieke speelversie | IV. Samenvatting van verschillen ||

De transcriptie | Het regieboek | De speeltekst

 

III. De authentieke speelversie

1. Twee tekststammen

Of een toneelscript nu door een auteur achter een bureau is gemaakt, of door acteurs tijdens improvisaties, elke geschreven theatertekst heeft twee gezichten: het gespeelde en het gedrukte. Het ene gezicht vraagt een andere schmink dan het andere: auditorium en lezerspubliek stellen hun eigen eisen, vragen eigen voorbereiding. Bij elke versie zijn andere personen betrokken, ontstaan andere inzichten, worden kenmerkende fouten gemaakt.
De tekstgeschiedenis van Op Hoop van Zegen laat zien dat die twee behandelingen tot verschillende uitkomsten leiden: er zijn twee te onderscheiden tekststammen ontstaan, elk met hun eigen uitlopers en "gebladerte". Zo kon het gebeuren, dat Barend in het tweede bedrijf tegen Kniertje uitroept: "'k Heb in 't ruim gekeken, de tonnen drijven op 't water" en daar in druk aan toevoegt: "Jij ziet de dood niet, die daar benejen zit" - alsof de feitelijke vaststelling niet erg genoeg was. Of dat er aan het bekende slot met de klossende klompen van Kniertje, door zeker vier handen is geschreven.
Naar dit proces van onderscheiden groei wordt onderzoek gedaan aan de hand van uniek materiaal dat beschikbaar is van Op Hoop van Zegen: zowel het regieboek als het souffleursboek zijn bewaard gebleven. Onderzocht wordt, hoe de diversificatie tussen speeltekst en druktekst kon plaatsvinden, welke personen in het proces van vervorming een rol spelen en welke factoren erin te onderkennen zijn.

De geschiedenis van Herman Heijermans' toneeltekst Op Hoop van Zegen is op zichzelf al bijzonder: weinig Nederlandstalige stukken hebben zo'n wereldwijde rondgang gemaakt, zijn zo vaak herdrukt en vertaald, worden zo vaak geciteerd en opnieuw gespeeld. Of Heijermans op een lijn gesteld kan worden met Tsjechov, Ibsen of Hauptmann is een lastige vraag; of De Hoop zich kan meten met Drie Zusters, Hedda Gabler en De Wevers hoeft niet te worden betwijfeld. De magie van een klassiek drama bestaat eruit, dat iedere claus zijn kracht bewijst. Al lezend of luisterend word je er voortdurend van overtuigd, dat het zo moest en niet anders kon. Bij het onderzoek van dit "Spel van de zee in 4 bedrijven" raak je doordrongen van het besef, dat alles is zoals het hoort te zijn.
En toch worden we geconfronteerd met het feit, dat er van Op Hoop van Zegen twee verschillende versies bestaan, die op tal van plaatsen van elkaar afwijken. De vraag is natuurlijk hoe dat komt. Had de auteur er de hand in, of zijn de spelers met de tekst op de loop gegaan? Was het een kwestie van haastwerk tegenover rustige overdenking, of werd er gewoon telkens weer niet thuis gegeven? Van welke wijzigingen was de schrijver op de hoogte, en vice versa: waar werden in de gedrukte versie wijzigingen aangebracht die de regisseur niet kende?

De hoofdvraag is derhalve: is het juist om van twee "tekststammen" te spreken, en waaruit bestaat dat onderscheid dan wel? Geheel volgens Popper ben ik er daarbij vanuit gegaan dat mijn hypothese falsifieerbaar moest zijn.
Om meer licht op de transformatie te krijgen, worden op het materiaal twee behandelingen toegepast: 1. een nauwgezette transcriptie van het souffleursboek met alle varianten die, zoals we mogen aannemen, in het repetitielokaal en soms nog na de première zijn ontstaan; 2. een samenvoeging van de gespeelde tekst uit regie- en souffleursboek, met daarbij uitvoerig tekstcommentaar aan de hand van enkele drukken (druk-Van Looy uit 1901 en de laatste academische versie van Van den Bergh 1995). Die samenvoeging wordt hier gepresenteerd als de authentieke speelversie van Op Hoop van Zegen. Het idee om al doende naast de regisseur in het repetitielokaal te zitten, maakte dit alles tot een buitengewoon aangename arbeid.
Als vervolgonderzoek zal de variantengeschiedenis verder worden nagelopen en zullen diverse scenario's worden beschreven met behulp van enkele subhypothesen; tenslotte wordt nogmaals de vraag gesteld, hoe er van één tekst zulke verschillende versies in omloop kunnen zijn, aan de hand van zes aspecten van het schrijverschap: Documentatie, Observatie, Reflectie, Imaginatie, Necessitas en Emendatie. Hierbij laat ik mij inspireren door een uitlating van Hans Goedkoop naar aanleiding van Heijermans' meesterwerk: "Hoe hij dat papier vervolgens leven inblies blijft in hoge mate onnavolgbaar". In de conclusie zal worden getracht enkele gevolgtrekkingen te maken die het onderzoek in meer algemene zin kan hebben.

2. Toelichting bij deze teksteditie van Op Hoop van Zegen

De authentieke speelversie bestaat uit de samenstelling van het oorspronkelijke regieboek (in bezit van de KB) en het souffleursboek (aanwezig in de Bijzondere Collecties van de UvA). Voor het souffleursboek (zonder de aldaar geschrapte spel- en toneelaanwijzingen) zie de transcriptie. De wijzigingen in de dialoog staan voor het overgrote deel niet in het regieboek, maar in de doorslag van de souffleur, die dus tevens als notulist optrad. In de teksteditie zijn de spel- en decoraanwijzingen weer ingevoegd volgens de weergave in het regieboek. Hierbij zijn overigens niet de tekeningetjes betrokken die regisseur Henri van Kuyk maakte om de mise-en-scène vast te leggen: die zijn te zien in de fotografische weergave.
Links worden de clausen genummerd per toneel. In de rechterkolom worden de tekstvarianten aangegeven, zoals ze in druk zijn verschenen, vanaf de 3e druk uit 1901 (gelijk aan de eerste, die alleen op microfiche beschikbaar is) tot en met de uitgave-Van den Bergh uit 1995 (laatste geannoteerde editie). Verklarende noten zijn toegevoegd onderaan elk bedrijf.

Om tenslotte vooruit te lopen op de conclusie van het onderzoek: de opzet van deze editie toont aan, dat er van de tekst van Op Hoop van Zegen twee van elkaar te onderscheiden stammen zijn overgeleverd, een met varianten die in het repetitielokaal zijn ontstaan, en een in druk. Wie voor elk van deze tekststammen verantwoordelijk zijn is moeilijk na te gaan. Voor de hand ligt, dat de regisseur, bijgestaan door de souffleur (die ook als repetitor optrad) tijdens de repetities veranderingen heeft doorgevoerd, zowel bestaande uit wijzigingen in de dialoog als uit schrappingen. Mogelijk zijn nog wijzigingen ontstaan na de première, die door de souffleur zijn bijgehouden. De drukproef is anderzijds hoogstwaarschijnlijk door de auteur gecorrigeerd en heeft de gebruikelijke gang naar de pers gemaakt, zonder dat beide versies nauwgezet met elkaar zijn vergeleken en aangepast. Tijdsdruk zal daarbij de voornaamste factor geweest zijn, maar niet de enige: uit de literatuur verschijnt ook het beeld van wrijvingen tussen auteur en artistieke leiding van de Nederlandsche Tooneelvereeniging. Van de tekst werden nog in hetzelfde jaar vier drukken verspreid.

Latere drukken zijn alle gebaseerd op de gedrukte versie uit 1901; dit geldt ook voor de geannoteerde uitgaven van H.H.J. de Leeuwe (Toneelwerken I, Amsterdam: Van Oorschot 1965) en H. van den Bergh (Amsterdam: Amsterdam University Press, 1995). Hierbij nog een kanttekening: in zijn Verantwoording verbaast Van den Bergh - die wel het regieboek kende, maar niet het souffleursboek -, zich erover, dat de tekst in latere drukken "zeer veel veranderingen heeft ondergaan". Mijn bevinding is, dat niet de drukken verschillen, maar dat regisseur (in het souffleursboek) en auteur (in de gecorrigeerde drukproef) elk een eigen weg zijn gegaan, zodat speeltekst en literaire tekst uiteindelijk op vele punten van elkaar afweken.
De hier gepresenteerde authentieke speelversie van Op Hoop van Zegen is dus de eerste, die buiten het repetitielokaal beschikbaar komt. En ja: "De visch, die wordt soms dúur betaald" (Souffleursboek, III.6 p.14).


Ontstaansgeschiedenis van het beroemde zinnetje

 

Oktober 2015, Maarten Vonder.

 

Naar de conclusie


HH site
Web

150 JAAR
Herman Heijermans

Nieuwsbrief ontvangen

Doneren aan het project

 
colofon
Deze website is gestart op 3 december 2014,
bij gelegenheid van de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr.
De pagina's zijn handmatig gezet in Verdana.
copyright en disclaimer
Voor de content op deze website geldt de licentie CC-BY-SA 4.0 (Naamsvermelding-Gelijk Delen). Mocht een rechthebbende aan onze aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze vriendelijk zich te wenden tot de redactie.
Deze website is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij echter geen aansprakelijkheid.
contact
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam